Column

Titel: Drugshandel in Duitsland zwaar bestraft

Geschreven door: André Beckers

Onlangs trad ik als Nederlandse advocaat in Duitsland op voor een bijna 60-jarige Nederlandse vrouw. De vrouw was door de politie in Duitsland aangehouden, omdat zij ervan werd verdacht ongeveer elf kilo hash en marihuana Duitsland te hebben ingevoerd. Ik benaderde een Duitse collega-advocaat en bezocht de Nederlandse vrouw in Duitsland.
In een antieke gevangenis trof ik diep in Duitsland een uiterst aardige dame aan. Deze vrouw had duidelijk nog nooit een vlieg kwaad gedaan. Hier zat ze dan, terecht gekomen in een wereld waar ze nooit bij had stilgestaan. Ze deelde haar slaapkamer met twee medegedetineerden. Ze vertelde: “Een jonge vrouw huilt de hele nacht. Ze is zeer van streek en in de war. Met haar valt heel moeilijk te praten. Ze wordt verdacht van moord. Het is een triest meisje dat hulp nodig heeft. Ze heeft helemaal niks. Ik probeer met haar te praten en deel de koffie en het eten dat mijn familie laat bezorgen met haar.” Overdag verbleef de vrouw tussen een grotere groep “lotgenoten”. In een mum van tijd leerde ze dat eigendom hier niet werd gerespecteerd. Na de eerste diefstal ruilden we haar dameshorloge om voor een wegwerpklokje. Hoe was deze vrouw in deze wereld terechtgekomen?
De vrouw was in opdracht van een Nederlander tegen betaling met ongeveer acht kilo cannabis diep Duitsland binnen gereden. Toen zij met haar Nederlandse auto bij haar afleveradres aankwam, werd het achterportier van haar auto geopend. Zij zag dat een Duitse afnemer een tas op de achterbank van haar auto plaatste. Hij zei tegen de vrouw dat in de tas hash van slechte kwaliteit zat, die terug moest naar de leverancier in Nederland. Kort daarna zag ze dat een tweede afnemer door mannen in burger met getrokken pistolen werd aangehouden. Zij kon op dat moment ongestoord de straat weer uitrijden. De politie had haar kennelijk niet opgemerkt. Zij dacht aan de tas met de strafbare inhoud op de achterbank en de tassen in haar kofferbak. Ze belde met haar mobiele telefoon naar haar man in Nederland. Ze vertelde hem wat ze zojuist had gezien en dat ze terug probeerde te rijden naar Nederland. Ze vertelde hem dat ze de tassen zojuist uit de auto had gegooid bij een industrieterrein. Wat zij niet wist, was dat de Duitse politie haar mobiele telefoon afluisterde op het moment dat zij gebruik maakte van het Duitse netwerk. Omdat een mobiele telefoon als een soort “peilbaken” werkt, kon de vrouw vrij snel worden aangehouden. Ook de tassen met hash en marihuana werden gevonden. Later bleek dat de Duitse afnemers door de politie waren geobserveerd en afgeluisterd. De mannen maakten tijdens het verhoor gebruik van het bekende “verradersartikel”. Zij bekenden in ruil voor strafvermindering dat ze door de Nederlandse vrouw al twaalf keer beleverd waren met telkens hoeveelheden cannabis van vijf tot acht kilo. (Terzijde, ook in Nederland wil men een dergelijk artikel in de wet gaan opnemen.)
Volgens een afnemer was de vrouw een keer in het gezelschap van een man gezien. Deze man had zich nergens mee bemoeid en zat gewoon in de auto. De auto van de vrouw stond op naam van haar echtgenoot. Tijdens het afgeluisterde gesprek had ze haar man gevraagd enkele lege boodschappentassen die op zolder stonden weg te gooien. De conclusie van de politie was dat de man zijn vrouw had geholpen, zodat tegen hem een bevel tot aanhouding werd afgegeven. Hierdoor was de man, die al bijna veertig jaar met de vrouw gehuwd was, niet in staat haar in de Duitse gevangenis te bezoeken. Voor zowel de man als de vrouw was dit natuurlijk uiterst pijnlijk en emotioneel.
Mijn collega en ik drongen bij justitie aan op een snel proces. Een snelle zitting was alleen mogelijk als de zaak verkort zou kunnen worden behandeld. In Duitsland neemt de rechter het “onmiddellijkheidsbeginsel” nog serieus, zodat al het bewijs ter terechtzitting moet worden gepresenteerd. Processen duren daardoor veel langer dan bij ons. Door de verdediging werd aangedrongen op een “akkoord”. Voorafgaand aan de zitting werd in overleg met de Officier van Justitie en de voorzitter van de strafkamer een akkoord over de op te leggen straf bereikt. Er was sprake van twaalf te bewijzen transporten van telkens “niet geringe hoeveelheden cannabis”, die elk afzonderlijk als zelfstandig misdrijf werden aangemerkt. De minimale straf per misdrijf bedroeg twee jaren. De rechter gaat in zo’n geval over tot een “Gesammtstrafebildung”, en mag daarbij in totaal niet meer dan vijftien jaar gevangenisstraf opleggen. Met de wetenschap dat in vergelijkbare zaken straffen van zeven jaar geen uitzondering vormden, gingen we akkoord met een gevangenisstraf van vijf jaar. Ruim vier maanden na de aanhouding werd deze straf door de meervoudige grote strafkamer opgelegd. Een voorbeeldige gevangene komt na de helft van de straf te hebben ondergaan in aanmerking voor “Abschiebung”. In dat geval wordt nog wel voor de duur van enkele jaren een verbod tot het betreden van Duitsland opgelegd. Mevrouw wilde van deze regeling geen gebruik maken. Zij wilde dat wij zouden proberen haar zo snel mogelijk naar Nederland terug te laten keren. Hierbij speelde een rol dat haar man nog steeds niet naar Duitsland kon komen. Pogingen dit op te lossen liepen alleen uit op toezeggingen. Het probleem hierbij was dat Duitsland niet verplicht was haar uit te leveren, omdat ze in Duitsland was aangehouden en berecht. Toen de Duitsers instemden met overbrenging naar Nederland om hier de door de Duitse rechter opgelegde straf verder te ondergaan, rees een nieuw probleem. Alleen het Gerechtshof te Arnhem is bevoegd een positief advies te geven over de tenuitvoerlegging van een buitenlands strafvonnis in Nederland. Het Gerechtshof weigert dit gewoonlijk bij in het buitenland opgelegde “excessief” hoge straffen. Volgens onze Opiumwet bedraagt het strafmaximum bij import en export van cannabis vier jaar gevangenisstraf. In Duitsland was hiervoor vijf jaar opgelegd, waarvan twee/derde ten uitvoer moest worden gelegd. Als klemmende redenen voor tenuitvoerlegging in Nederland werden de bijzondere persoonlijke omstandigheden van de vrouw benadrukt. Het Hof adviseerde positief en na een verblijf van ruim dertien maanden in een Duitse gevangenis is de vrouw weer op Nederlandse bodem aangekomen. Zij moet de in Duitsland opgelegde straf in een Nederlandse gevangenis ondergaan. De beschreven zaak maakt duidelijk dat het plegen van strafbare feiten buiten Nederland enorm ingrijpende gevolgen kan hebben. We leven binnen een verenigd Europa, maar dat betekent nog steeds niet dat we overal op dezelfde manier worden bestraft.

Bezoek ons

Paardestraat 29
6131 HA Sittard
Limburg - Nederland

Contact opnemen

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Tel: +31 (0)46 760 0030
Fax: +31 (0)46 760 0039

Openingstijden

Ma – Vr 09.00 – 17.00 uur
Zaterdag en zondag gesloten
Alle rechten voorbehouden © 2018, Beckers & Bergmans Advocaten
Website beheer en onderhoud LinQxx - Beter online gevonden worden