Column

Titel: Gedogen is niet meer populair

Geschreven door: André Beckers

Terugblik op 2004
Het jaar 2004 zit er weer bijna op. Een prima tijd voor een terugblik. Het jaar 2004 is niet alleen het jaar waarin Nederland voorzitter was van de Europese Unie, maar ook het jaar waarin de langverwachte en veelbesproken cannabisbrief aan het publiek kenbaar werd gemaakt. Door allerlei schokkende gebeurtenissen is in Nederland en vele andere landen sprake van een roep om actie. Bestuurlijke tolerantie wordt steeds vaker opgevat als zwakte. Gedogen is hierdoor niet meer populair. Bestuurders die bij het publiek in de smaak willen vallen moeten oorlogstaal bezigen.
Met betrekking tot coffeeshops zit het beleid naar mijn mening muurvast. Verdere liberalisering in de vorm van uitbreiding of versoepeling van het gedoogbeleid is volgens mij politiek niet haalbaar, omdat daarvoor een meerderheid ontbreekt. Legalisering lijkt op dit moment nog ondenkbaar en heeft alleen op Europees niveau een kans van slagen. Op Europees niveau dringt nu pas langzaam het besef door dat consumenten van cannabis niet langer strafrechtelijk vervolgd moeten worden. In Engeland is het bezit ten behoeve van eigen gebruik niet langer een “arrestable offence”. Als je een jointje rookt word je niet meer in de boeien geslagen. Wat een revolutionaire vooruitgang. De gebruiker van illegale drugs wordt niet meer als een boef gezien. Verkooppunten komen niet in beeld. Waar moeten al die buitenlandse consumenten die niet langer worden vervolgd voor het gebruik van cannabis dan hun waren kopen? Dat is duidelijk. Daarvoor bestaan uiteraard al illegale circuits. Degene die het risico niet wil lopen in zo’n verboden ruimte te worden opgepakt, stapt in de auto en rijdt naar Nederland. Nederland moet zich in Europees verband beklagen. Doordat de ons omringende landen cannabisconsumenten namelijk niet meer strafrechtelijk vervolgen, maar niet in verkooppunten voorzien, drijven ze hun eigen onderdanen naar onze coffeeshops. Helaas laat onze regering dit soort geluiden niet horen. De overtuiging lijkt te ontbreken bij deze club.
Klok is teruggedraaid
Is ons land nog wel een liberaal land als het aankomt op cannabis? Terwijl in Engeland, België, Duitsland en Frankrijk het begrip voor de consument heeft geleid tot het ongemoeid laten van de consument, wordt in Nederland de klok terug gedraaid. Ondanks het feit dat noch in onze Opiumwet noch in de Internationale Verdragen het gebruik van cannabis strafbaar is gesteld, zien wij in Nederland op lokaal niveau een enorm enge kentering. In gemeenten zoals Venlo, Dordrecht en Maastricht moet de consument ervoor waken dat zijn aankoop in een gedoogde coffeeshop niet wordt ontdekt door de politie. Het relaxed roken van je jointje op straat, in een café of in je auto kan je een bekeuring opleveren van € 125,-. Je jointje wordt bovendien in beslag genomen. Als in de buurt van de gedoogde coffeeshop “preventief” wordt gefouilleerd zijn de klanten de sigaar. Het (zichtbaar) vervoeren wordt gezien als het treffen van een voorbereiding voor openlijk gebruik. Naar mijn mening is deze regelgeving voor wat cannabis betreft verwerpelijk en fundamenteel in strijd met het recht. Feit is echter dat dit soort regelgeving in 2004 met goedkeuring van gemeenteraden is ingevoerd en ook nog door politie en justitie wordt gehandhaafd. Dat de klanten van gedoogde coffeeshops met dit soort idiote acties eerder zullen kiezen voor een aankoop in het geniep (dus ondergronds), kan zelfs een onbenul aanvoelen. Willen sommige gemeenten de klanten van gedoogde coffeeshops soms wegjagen? Strikte handhaving van regelgeving is goed zo lang de regels redelijkerwijs zijn na te leven en niet te ver van de praktijk afstaan. De hoogste bestuursrechter heeft in 2004 heel duidelijk gemaakt dat op coffeeshophouders een risicoaansprakelijkheid rust. Niet de mate van hun inspanning om de regels correct na te leven telt, maar het behaalde resultaat. Als tengevolge van de toegangcontroles 99 van de 100 jongeren worden geweerd, maar 1 weet tot over de drempel van de shop te komen, kan het spreekwoordelijke zwaard van Damocles worden opgeheven. Als een bezoeker van een coffeeshop > 0,5 gram harddrugs in zijn kleding heeft verborgen, en de politie fouilleert deze bezoeker in de shop, dan valt het zwaard voor de coffeeshophouder. In ons tolerante Amsterdam leidt een dergelijke constatering tot het permanent afvoeren van de lijst van gedoogde coffeeshops. Degene die hiertegen bezwaar maakt, zal niet ontvankelijk worden verklaard, omdat de hoogste bestuursrechter de intrekking van een gedoogbeschikking niet aanmerkt als een besluit waartegen bezwaar kan worden gemaakt. Dat dit een aanzienlijke beperking van de rechten van de coffeeshophouder met zich meebrengt moge zonder toelichting duidelijk zijn.
“Afknijpen” van coffeeshops
Het “afknijpen” van coffeeshops heeft tot een stevige daling van het aantal geleid. Van ongeveer 1.500 begin jaren negentig tot minder dan 800 nu. Op 26 november 2004 liet een beleidsmedewerker van het Ministerie van Justitie weten dat strikte toepassing van de Wet BIBOB een verdere daling tot gevolg zal hebben. Terwijl de politiek aan het bakkeleien is over de achterdeur wordt steeds vaker de voordeur op slot gedraaid. Als we zo doorgaan hoeft de overheid geen achterdeur meer te regelen. Consumenten die jonger zijn dan 18 jaar en mensen die op grotere afstand van een coffeeshop wonen en daarom > 5 gram willen aankopen, worden bediend vanuit een ondergronds circuit. Een groot deel van de markt wordt illegaal bediend. De overlast die hierdoor ontstaat wordt vaker volstrekt ten onrechte aan de coffeeshops toegeschreven. Vol trots gaat de overheid de door haar zelf gecreëerde illegale drugsmarkt te lijf. Handelaars worden opgepakt, panden worden gesloten en soms zelfs opgekocht. Maar wat denk je dat de markt doet als de vraag blijft bestaan, maar het gebruik van een gebouw te duur of riskant wordt? … Juist, dan gaat de dealer te voet of op een oude fiets te werk en valt er niets te sluiten. Drugshandel is net als water. Het vindt altijd een weg. Economische vraagstukken los je niet op met strafrecht.
Teelt van hennep
Dan de teelt van hennep. Ook hier hebben we schrikbarende ontwikkelingen doorgemaakt. Prof. Bovenkerk beschreef hoe crimineel het hennepteeltmilieu naar zijn mening is. Hij hield de politie voor dat zij te lang en te vaak ouderwets recherchewerk achterwege heeft gelaten, zodat de mensen op de achtergrond buiten beeld konden blijven. Zijn pleidooi vond gehoor. Steeds vaker zien we dat justitie onderzoeken verricht naar telers. In deze zaken is het niet meer ongebruikelijk dat gevangenisstraffen worden opgelegd. Dat was enkele jaren geleden bijna ondenkbaar. Als ik mensen vertel dat de politie henneptelers vaker opspoort door telefoongesprekken (ook via prepaid kaarten) af te luisteren, peilbakens onder auto’s te plakken en door naar DNA en vingersporen te zoeken, denken ze dat ik gek geworden ben. Toch zijn dit de toegepaste methoden die ik het afgelopen jaar vaak heb mogen lezen in strafdossiers. Ook bij de bestrijding van de hennepteelt zoekt de overheid naar samenwerking met derden. Denk hierbij aan stroombedrijven en woningcorporaties. Op ambtelijk niveau weten sociale recherche, belastingdienst en politie elkaar al langer te vinden. Gezamenlijke “veegacties” behoren in meerdere gemeenten tot de praktijk. In een soort colonne rijden de verschillende handhavers naar een wijk die dan bijna huis aan huis wordt schoon geveegd. Hennep en kweekmateriaal worden afgevoerd. De woningverhuurder probeert de telende huurder te dumpen. De rechters staan dit in ruime mate toe. De stroomleverancier eist een stevige som en neemt als drukmiddel de meter mee. ‘Wij geen geld, jij geen stroom’ is het motto. De Sociale dienst vordert de uitkering terug en de fiscus en/of justitie gaat achter de buit aan. In mei jl. mocht ik als panellid discussiëren op een door het Trimbos Instituut georganiseerde congresdag. De dag kreeg als titel mee “Donkere wolken boven coffeeshops”. Ik was zeer verbaasd over de felheid en overtuiging waarmee een aantal hulpverleners betoogde dat wiet door de toegenomen sterkte van de THC vergeleken kan worden met harddrugs. In dit gezelschap was het over en uit met het gedogen. Strikte regels zijn nodig, maar om deze regels te kunnen maken moet nog veel onderzoek worden verricht. Ik ben achterdochtig geworden door deze boodschap. Onze overheid is tegenwoordig bereid om veel te investeren in onderzoek naar de schadelijke uitwerking van cannabis. De gekozen harde lijn moet namelijk ergens rechtvaardiging in vinden. Laten sommige organisaties zich misschien zakelijk leiden door de subsidiepot of zie ik spoken? De toekomst zal het leren.
Dagelijkse praktijk
Eind november organiseerde Elsevier een studiedag over lokaal cannabishandhavingsbeleid. Ook die dag werd ik uitgenodigd als panellid voor een discussie. Omdat de toehoorders hier voornamelijk bestonden uit politieambtenaren en gemeenteambtenaren die in de dagelijkse praktijk met de handhaving zijn belast, verwachtte ik veel vuurwerk. Wat schetste mijn verbazing? Deze mensen zijn alleen geïnteresseerd in het aanpakken van de echte overlast. Het gaat erom dat de burger ziet dat de overheid niet tolereert dat sommige druggebruikers door hun gedrag de openbare orde verstoren. Hierbij moet dan worden gedacht aan foutief parkeren, hinderlijk toeteren, luidruchtige gesprekken op straat en het in groepen verzamelen op hangplekken om daar te gebruiken. De heroïnegebruiker die in een park voorbereidingen treft om zijn shotje te plaatsen, zal menig onwetend burger de stuipen op het lijf jagen. De uitgemergelde junk die in de binnenstad en in de buurt van grote stations op vrijgevigheid hoopt, maakt pijnlijk zichtbaar dat onze samenleving ook een schaduwzijde heeft. Thuis zet je bij het zien van zoveel ellende gewoon een andere zender op. Wat doe je op straat? Dan bel je de politie of je klaagt bij de gemeente. Omdat de praktijkmensen zich niet richten op de drugs maar op de overlast, worden vaker “vertaalfouten” gemaakt. Beleidsmakers en wetgevingsjuristen reageren op signalen van de straat met regelgeving. In onze huidige tijd lijkt het erop dat onze Minister van Justitie ieder gesignaleerd probleem met wetgeving wil oplossen. Hij gelooft in een samenleving die zich door wetgeving laat vormen. In de thuissituatie moeten de ouders de handjes verplicht thuishouden, maar onze wetshandhavers mogen tegen drugs met harde hand optreden.
“War on drugs” mentaliteit
Deze “war on drugs” mentaliteit heeft het recht stevig onder druk gezet. Ik roep hier de APV- bepalingen die het gebruik van zelfs cannabis in het openbaar verbieden in herinnering. Ook Jaap de Vlieger, drugsdeskundige van de politie, ziet hierin misbruik van de Opiumwet. Terwijl de rijksoverheid regel op regel stapelt, pleiten de praktijkhandhavers vaker voor het afschaffen van het wettelijke verbod op cannabis. Zelfs verzekeraar Interpolis maakte in 2004 duidelijk te voelen voor regulering van de hennepteelt. Directeur schadeverzekeringen Wiechmann is ervan overtuigd dat cannabis uiteindelijk gelegaliseerd zal worden. Met zo veel maatschappelijk draagvlak zou de regering er naar kunnen streven cannabis op een zelfde manier te regelen zoals we dat hebben gedaan met alcoholhoudende drank. Ondanks het feit dat alcohol meer slachtoffers eist dan alle illegale drugs samen wil niemand alcohol in drank verbieden. In de zaal vol met handhavers reageerde één persoon bij het horen van dit soort woorden alsof hij door een bij werd gestoken. Zijn stelling is dat legaliseren niets oplost, omdat de criminelen dan gewoon weer een ander illegaal beroep zoeken en vinden. Als je regels hebt en het kost grote moeite om deze te handhaven, moet je eerst alles de kast halen voordat je begint met terugkrabbelen. Denk eens aan samenwerkingsverbanden met anderen, stroombedrijven, sociale diensten, belastingdienst, verzekeringsmaatschappijen en woningbouwverenigingen. Door hard en vooral consequent te handhaven krijg je de zaak weer onder controle en kan het verbod door de inzet van voldoende mankracht worden gehandhaafd. De man stelde zich voor als beleidsmedewerker van het Ministerie van Justitie.
Realistisch?
Bevlogen is hij wel, maar is hij ook realistisch? Ik geloof er niets van. Op straat worden handhavers dagelijks met allerhande problemen geconfronteerd. Diefstallen vanuit winkels, auto’s, woningen en bedrijven leiden tot enorme schadeposten. Verkeersdelicten kunnen levensgevaarlijke situatie veroorzaken. In het verkeer vallen veel dodelijke slachtoffers en zwaar gewonden. Het is logisch dat de politie een zware verkeerstaak heeft. Milieuovertredingen (dumpen van afval en het branden van kabels) vormen vaker een gevaar voor de volksgezondheid. Milieucriminaliteit valt echter alleen te bestrijden als handhavers daarvoor worden opgeleid en vrijgemaakt. Dit geldt ook voor de financiële fraude (zoals handelen met voorkennis, ongeoorloofde prijsafspraken, witwassen en belastingfraude) door de zogenoemde “witteboorden”. Mishandelingen van gezinsleden zoals vrouwen en kinderen zijn aan de orde van de dag. Ook buren en buurtruzies vergen inzet van politie. Op dit moment speelt het gebrek aan tolerantie onze hele samenleving parten. Dat drugsbestrijding met de inzet van ruim voldoende middelen enig effect kan hebben, wil ik best geloven, maar ik geloof beslist niet dat dit beleidsdoel de in 2004 toegekende prioriteit echt waard is. Ik hoop dat de regering in 2005 hardop durft te zeggen dat we eenvoudigweg wat beters te doen hebben dan cannabis met strafrecht te bestrijden. Dat zou wat mij betreft het komende jaar de lijn van het internationale debat moet worden. Bij de volgende terugblik kom ik hier graag op terug. Hopelijk tot volgend jaar!

Bezoek ons

Paardestraat 29
6131 HA Sittard
Limburg - Nederland

Contact opnemen

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Tel: +31 (0)46 760 0030
Fax: +31 (0)46 760 0039

Openingstijden

Ma – Vr 09.00 – 17.00 uur
Zaterdag en zondag gesloten
Alle rechten voorbehouden © 2018, Beckers & Bergmans Advocaten
Website beheer en onderhoud LinQxx - Beter online gevonden worden