Column

Titel: Juridische gevolgen bij brandgevaar hennepkwekerij

Geschreven door: André Beckers

Enige tijd geleden (Highlife, aug/sept 2004) schreef ik in mijn column dat de rechtbank een aantal henneptelers zware gevangenisstraffen had opgelegd. Mijn cliënt, die ik in deze strafzaak bijstond, kreeg na een eist van 48 maanden een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden opgelegd. Het zwaarste verwijt dat de rechtbank hem maakte was dat hij niet alleen leiding had gegeven aan een criminele organisatie die het kweken en verhandelen van cannabis als oogmerk had, maar ook dat hij door de wijze waarop de stroom in de plantages was aangelegd een levensgevaarlijke situatie had gecreëerd.
Door het aftappen van de stroom en het omzeilen van de hoofdzekering zou één pand door brand zijn verwoest. Tijdens het blussen van de brand bleef er spanning op de stroomleidingen staan, waardoor voor de met water blussende brandweermensen sprake zou zijn geweest van levensgevaar. In een ander pand zou de stroomaansluiting in algemene zin gevaar hebben opgeleverd. Het openbaar ministerie maakte in deze strafzaak voor het eerst gebruik van artikel 161bis van het Wetboek van Strafrecht. Dit artikel luidt als volgt: “Hij die opzettelijk enig elektriciteitswerk vernielt, beschadigt of onbruikbaar maakt, stoornis in de gang of werking van zodanig werk veroorzaakt, of een ten opzichte van zodanig werk genomen veiligheidsmaatregel verijdelt, wordt gestraft:
  • 1e: met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vijfde categorie, indien daardoor verhindering of bemoeilijking van stroomlevering ten algemenen nutte ontstaat;
  • 2e: met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;
  • 3e: met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien daarvan levensgevaar te duchten is;
  • 4e: met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien daarvan levensgevaar te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft.”
Bij brandgevaar in een woning is al snel sprake van gemeengevaar voor goederen. Ook bij buren zal bij brand in een woning namelijk al gauw schade ontstaan. Als een kwekerij in bijvoorbeeld een flatgebouw is gevestigd, is bij brandgevaar ook al gauw levensgevaar te duchten. De betrapte teler die een dergelijk verwijt kan worden gemaakt, loopt gelet op de hoogte van de op deze feiten gestelde maximale gevangenisstraf.een groot risico na zijn aanhouding voorlopig binnen te moeten blijven.
Onveilig
Mijn cliënt zit al vanaf begin dit jaar achter gesloten deuren. De rechtbank had in de eerste aanleg op basis van het proces-verbaal van de politie een vrij algemene redenering aan de bewezenverklaring ten grondslag gelegd. Aangenomen werd dat het kweken van hennep in woningen onveilig is. De assimilatielampen en randapparatuur verbruiken veel stroom. Daar zou een huisaansluiting niet op berekend zijn. Omdat hennepkwekerijen vochtig zouden zijn, zou kortsluiting en brandgevaar voor de hand liggen. In het civiele recht worden dergelijke redeneringen voor huisuitzettingen van betrapte henneptelers gebruikt. Het daadwerkelijke gevaar hoeft dan door de verhuurder niet te worden aangetoond (bewezen). Hij moet slechts aannemelijk maken dat dergelijk gevaar door hennepteelt reëel aanwezig is. In een strafprocedure ligt de bewijslast bij het openbaar ministerie. Bewijzen gaat verder dan aannemelijk maken. Om die reden stond ik tijdens de behandeling van het hoger beroep uitvoerig stil bij de aansluiting van de stroominstallatie en de door mijn cliënt gebruikte apparatuur. Aan de hand van de geldende NEN-normen liet ik een erkende installateur berekenen of de dikte van de gebruikte bedrading voldoende was om brand te voorkomen. Dat bleek het geval te zijn. De kwaliteit van de bedrading is van groot belang. Als de kabel te dun is, wordt deze namelijk zo heet dat het omhulsel smelt. Brand ontstaat in een dergelijke situatie vrij eenvoudig.
Ik maakte het Gerechtshof aan de hand van situatiefoto’s duidelijk dat er gezekerde schakelkasten waren gebruikt. Elke vier lampen hadden een aparte groep met toereikende zekering toebedeeld gekregen. De voorschakelapparatuur was daarnaast nog eens afzonderlijk gezekerd. Om “aanrakingsgevaar” te voorkomen waren de schakelborden van aardlek voorzien. Ik hield het Hof op basis van vergaarde technische informatie voor dat door het omzeilen van de hoofdzekering in de woning niet alle stroomveiligheden buiten werking waren gesteld. Bovendien kwam het er feitelijk op neer dat de teler in de plaats van de omzeilde hoofdzekering nieuwe veiligheden had aangebracht. Het verweer had succes. Het Gerechtshof oordeelde in hoger dat het causale verband tussen het gestelde (levens)gevaar en de aanwezigheid van de hennepkwekerij niet wettig en overtuigend was bewezen en sprak mijn cliënt van deze feiten vrij. De gevangenisstraf werd verlaagd van 40 maanden tot 24 maanden. Politie en justitie leren met deze uitspraak dat het werken met niet te bewijzen aannames niet door de beugel kan. Henneptelers leren uit deze zaak dat zij veel aandacht dienen te besteden aan het voorkomen van gevaar. Bijkomend voordeel is dat hoe beter de kwaliteit van de inrichting is, hoe minder groot de kans op ontdekking door de politie is.

Bezoek ons

Paardestraat 29
6131 HA Sittard
Limburg - Nederland

Contact opnemen

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Tel: +31 (0)46 760 0030
Fax: +31 (0)46 760 0039

Openingstijden

Ma – Vr 09.00 – 17.00 uur
Zaterdag en zondag gesloten
Alle rechten voorbehouden © 2018, Beckers & Bergmans Advocaten
Website beheer en onderhoud LinQxx - Beter online gevonden worden