Column

Titel: Vermogen coffeeshophouder onveilig in België

Geschreven door: André Beckers

“Beckers, een gezamenlijke Nederlandse cliënt van ons heeft een probleempje in België. Ik heb hem geadviseerd het overtollige kasgeld van zijn coffeeshop in België op de bank te storten en nu heeft de Belgische justitie beslag op de door hem gestorte gelden gelegd. Kun jij even regelen dat de gelden terug worden gegeven? Het is toch zeker aantoonbaar eerlijk verdiend geld, of niet soms?”
Met deze woorden begon een in juridisch opzicht interessante zaak. Ik nam contact op met de coffeeshophouder en vernam dat hij op advies van zijn belastingadviseur ongeveer €350.000 in contanten op een Belgische bankrekening had gestort. Het was hierbij zijn bedoeling geweest om in België een aantal panden te kopen voor de verhuur. Met de storting zou hij voor de bank voldoende zekerheid bieden. Uit onderzoek van de correspondentie met de bank bleek duidelijk dat de belastingadviseur met de directeur van de Belgische bank had gesproken over het verstrekken van hypothecaire kredieten aan de coffeeshophouder. Hierbij was afgesproken dat de klant zijn gelden à contant op de bank zou kunnen storten. Het storten van het geld leverde inderdaad geen enkel probleem op. De gelden werden keurig in ontvangst genomen en er werd volgens afspraak een rekening geopend. De aankoop van de panden liep op niets uit. Toen deed zich de mogelijkheid voor om in Nederland een interessant pand te kopen. Aan de Belgische bank werd om die reden de opdracht verstrekt een deel van het banksaldo over te boeken naar een Nederlandse notaris. Toen kwam een kink in de kabel. De bank merkte de betalingsopdracht aan als een “verdachte transactie” en maakte hiervan melding bij een meldpunt voor “ongebruikelijke transacties”. Een onderzoek naar de herkomst van de €350.000 volgde. De Nederlandse justitie verstrekte op verzoek enige informatie.
Kenbaar werd gemaakt dat de Nederlander die in België een bankrekening had in Nederland een coffeeshop had geëxploiteerd. De Nederlandse justitie schreef de Belgen dat in het verleden in deze coffeeshop sprake was geweest van een overtreding van het voorraadcriterium. In de coffeeshop was een te grote handelsvoorraad aangetroffen. Dit incident had uiteindelijk geleid tot een veroordeling van de coffeeshophouder en het beëindigen van de gedoogstatus van zijn coffeeshop. Verder viel er niets negatiefs over de coffeeshophouder te melden. De coffeeshophouder kon op zijn beurt bewijzen, dat de Nederlandse belastingdienst op de hoogte was van de omvang van zijn vermogen. Uit zijn belastingsaangifte bleek dat hij over de in België gestorte €350.000 belastinggelden had afgedragen. De Nederlandse belastingdienst was ervan op de hoogte dat de gelden waren verdiend met de verkoop van softdrugs vanuit de gedoogde coffeeshop. Je zou dan denken, geen vuiltje aan de lucht. De verkoop van softdrugs vanuit de coffeeshop was immers gedoogd en over de met de exploitatie van een gedoogde coffeeshop verdiende gelden was belasting afgedragen. Dan is het geld noch in strafrechtelijk – noch in fiscaalrechtelijk opzicht zwart geld. Naar Nederlands recht geen misdaadgeld dus. Maar hoe is dit in België geregeld? Misdaadgeld is daar geld dat is verkregen door het plegen van strafbare feiten. De handel in softdrugs is naar Belgisch recht een misdrijf. In Nederland is op dit moment de handel in hoeveelheden van niet meer dan 30 gram in beginsel een overtreding en geen misdrijf. Echter, sinds 1999 is de beroepsmatige handel in softdrugs ook in Nederland een misdrijf. Een coffeeshophouder handelt beroepsmatig in softdrugs en pleegt dus zelfs bij de verkoop van hoeveelheden van niet meer dan 30 gram telkens een (gedoogd) misdrijf! De Belgische advocaat zette de risico’s van de Belgische wetgeving duidelijk uiteen. Er moest worden uitgegaan van verbeurdverklaring van het gestorte vermogen, een geldboete tot een zelfde hoogte en een gevangenisstraf van ongeveer twee tot drie jaar. Ik heb de Belgische rechtbank gemotiveerd uiteengezet dat, en waarom, de gelden in Nederland niet als misdaadgeld werden aangemerkt. Aan de blikken van de rechters was tijdens de behandeling van de strafzaak al te zien dat zij dachten, “wat een gekke Hollanders”.
De rechtbank hield de coffeeshophouder voor dat hij dan beter met zijn geld in Nederland had kunnen blijven. Als het geld daar legaal was, waarom dan uitwijken naar België? Probeer dan maar eens uit te leggen dat de Nederlandse banken ondanks het gedoogbeleid geen coffeeshops als zakelijke klant accepteren. Mijn Belgische collega benadrukte tijdens de terechtzitting dat de Belgische bank tekort was geschoten. De klant was toch op het verkeerde been gezet toen hij werd uitgenodigd zijn gelden te komen storten. Waarom was de eerste storting niet beter onderzocht en zelfs afgeraden? Waarom werd de bank niet vervolgd? De rechtbank wees een vonnis waarbij rekening werd gehouden met de bijzondere omstandigheden van dit geval. De €350.000 werden verbeurd verklaard. Weg vermogen dus! Er werd geen gevangenisstraf opgelegd, maar een kleine (bijna symbolische) geldboete. Deze zaak laat zien hoe ver weg een “verenigd Europa” nog is. Begrip en vooral respect voor elkaars wet en beleid stopt bij de landsgrens. Wat hier in Nederland kan en mag, kan pal over de grens onmogelijk zijn. Coffeeshophouders doen er goed aan dit te beseffen. Aan het beleggen van in onze ogen legaal vermogen in het buitenland zijn enorme risico’s verbonden.

Bezoek ons

Paardestraat 29
6131 HA Sittard
Limburg - Nederland

Contact opnemen

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Tel: +31 (0)46 760 0030
Fax: +31 (0)46 760 0039

Openingstijden

Ma – Vr 09.00 – 17.00 uur
Zaterdag en zondag gesloten
Alle rechten voorbehouden © 2018, Beckers & Bergmans Advocaten
Website beheer en onderhoud LinQxx - Beter online gevonden worden