Column

Titel: Het verschil tussen hasjiesj en hennep

Geschreven door: André Beckers

In Lijst II behorende bij de Opiumwet wordt een onderscheid gemaakt tussen hennep en hasjiesj. De definitie van Hasjiesj is: ‘Een gebruikelijk vast mengsel van de afgescheiden hars verkregen van planten van het geslacht Cannabis (hennep), met plantaardige elementen van deze planten’. Onder hennep wordt ‘elk deel van de plant van het geslacht Cannabis (hennep), waaraan de hars niet is onttrokken, met uitzondering van de zaden’ verstaan. Hennep is niet alleen het stekje, maar ook de gedroogde bloemtop van de vrouwelijke hennepplant, die we gewoonlijk weed (wiet) of marihuana noemen. Ik zal hierna een zaak beschrijven waaruit blijkt dat het bij rechters en andere overheidsfunctionarissen op dit gebied soms ontbreekt aan kennis.
In juli 2003 stond de politie te posten op zogenoemde drugstoeristen. Waargenomen werd dat de bestuurder en inzittende van een auto voorzien van Duits kenteken een coffeeshop bezochten. Toen de mannen na korte tijd uit de coffeeshop kwamen en met hun auto wegreden, werd hun positie doorgegeven waarna hun auto aan een grondige controle werd onderworpen. In de kofferbak van de auto trof de politie 300 gram ‘softdrugs’ aan. Het viel mij op dat de politie slechts op één plaats in het proces-verbaal over hasjiesj sprak en voor het overige voortdurend sprak over softdrugs. De aangetroffen softdrugs waren niet aan een technisch onderzoek onderworpen. In de verklaringen die door de twee Duitse toeristen werden afgelegd, kwam naar voren dat zij in een coffeeshop, die op een geheel andere locatie in de stad was gevestigd, 300 gram weed zouden hebben gekocht. Deze verklaring was in mijn ogen bijzonder opmerkelijk nu volgens de politie in de auto geen weed, maar hasjiesj waren aangetroffen. De coffeeshop die de Duitse toeristen verlieten toen ze bij de politie in het vizier kwamen, zouden zij slechts hebben bezocht omdat zij op zoek waren naar grote vloei.
Twijfels
Bij het lezen van dergelijke verklaringen heb ik altijd grote twijfels aan het waarheidsgehalte. Ik kan mij dan niet aan de indruk onttrekken dat de echte leverancier ten koste van een concurrent uit de wind wordt gehouden. Het meest frustrerende hiervan is dat in een bestuursrechtelijke procedure de rechter gewoonlijk genoegen neemt met dergelijke verklaringen. In het bestuursrechtelijke geding gelden namelijk andere – minder strenge – bewijsregels. De burgemeester hoeft de levering van > 5 gram hasjiesj en/of weed niet wettig en overtuigend te bewijzen, maar moet dit slechts voldoende aannemelijk maken. Aan deze opdracht wist de burgemeester in de beschreven zaak te voldoen. De twee verklaringen werden gevolgd, waarna een tijdelijke sluiting van de als schuldig aangewezen coffeeshop volgde. Omdat sluiting van een coffeeshop formeel geen straf, maar een maatregel betreft, volgde ook nog een strafrechtelijke procedure. In dat geding moet de Officier van Justitie wettig en overtuigend de gestelde verboden levering zien te bewijzen. Aan de coffeeshophouder werd ten laste gelegd dat hij opzettelijk 300 gram hasjiesj had afgeleverd. Bij de Politierechter betoogde ik dat niet kon worden vastgesteld dat er sprake was de levering van hasjiesj. De twee Duitsers spraken namelijk over weed en de politie sprak over hasjiesj, terwijl een technisch onderzoek geen duidelijkheid verschafte. Het is door de hoogste rechter weliswaar geaccepteerd dat een technisch onderzoek aan de drugs achterwege mag blijven als deskundigen (zoals een consument) verklaren dat het om bepaalde drugs gaat, maar iemand die het verschil tussen hasjiesj en weed niet weet te maken, kan naar mijn mening niet als een dergelijke deskundige worden aangemerkt. Bij de Politierechter vond ik met mijn pleidooi geen enkel gehoor. Hij reageerde als een gemiddelde bestuursrechter en achtte het niet relevant of er nou sprake was van hasjiesj of van weed. Omdat zowel het een als het ander verboden is, kwam hij tot een bewezenverklaring en veroordeelde de coffeeshophouder tot het betalen van een geldboete van € 1.300,–.
Tegen het vonnis werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof. Het verweer werd herhaald. Onder verwijzing naar een arrest van de Hoge Raad benadrukte ik dat een aantoonbare gebrekkige kennis van de onderscheidene soorten softdrugs aanleiding kan geven tot ingrijpen door het hoogste rechtscollege. Het Gerechtshof kon dit verweer plaatsen en vernietigde het vonnis van de Politierechter. De coffeeshophouder is vrijgesproken, omdat niet vastgesteld kon worden of hij nu 300 gram hasjiesj of weed had afgeleverd, terwijl in de tenlastelegging alleen over hasjiesj werd gesproken. Tengevolge van dit arrest kan de coffeeshophouder aanspraak maken op vergoeding van de door hem betaalde advocaatkosten en heeft hij weer een blanco strafblad. Voor hem en menig buitenstaander is het echter frustrerend te moeten accepteren dat een coffeeshop tijdelijk kan worden gesloten omdat het voldoende aannemelijk is dat in de shop de gedoogcriteria zijn overtreden, terwijl in de strafprocedure het wettig en overtuigend bewijs hiervoor ontbreekt. Dit is gewoon een kwestie van verschillende spelregels, maar leg dat als advocaat maar eens aan je cliënt uit.

Bezoek ons

Paardestraat 29
6131 HA Sittard
Limburg - Nederland

Contact opnemen

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Tel: +31 (0)46 760 0030
Fax: +31 (0)46 760 0039

Openingstijden

Ma – Vr 09.00 – 17.00 uur
Zaterdag en zondag gesloten
Alle rechten voorbehouden © 2018, Beckers & Bergmans Advocaten
Website beheer en onderhoud LinQxx - Beter online gevonden worden