Column

Titel: Gewijzigde btw wetgeving treft coffeeshophouders

Geschreven door: André Beckers

In deze column beschrijf ik geen strafzaak, maar een wetswijziging die gevolgen heeft voor coffeeshophouders. Ik beschrijf deze wetswijziging omdat mij hierover veel vragen bereiken.
Coffeeshophouders zijn over de leveringen van cannabis geen BTW verschuldigd aan de belastingdienst. Als ze een kop koffie verkopen, heft de belastingdienst over de verkoopprijs 6% BTW. Bij de verkoop van vloei en filtertips zelfs 19% BTW. Over de verkopen van cannabis daarentegen mag de belastingdienst géén BTW heffen. Dit niet omdat de wet dit verbiedt, maar vanwege het feit dat het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen dit in vaste uitspraken sinds de jaren tachtig als regel heeft gesteld. De handel in absoluut verboden zaken zoals illegale verdovende middelen en vals geld geven uitsluitend aanleiding tot het opleggen van straffen en worden om die reden geacht volledig buiten het economische verkeer te vallen. Bij de toepassing van de BTW wetgeving mochten coffeeshophouders de BTW die zij aan andere ondernemers betaalden volledig aftrekken. Gelet op de verhouding tussen de handel in cannabis (ongeveer 90%) en overige handel (10%) kregen coffeeshophouders in de regel iedere maand of kwartaal BTW terug. Aan die situatie is sinds januari 2007 een einde gekomen tengevolge van een wijziging van artikel 15, lid 1 van de wet op de Omzetbelasting 1968. Sinds 1 januari 2007 is de betaalde BTW nog slechts in zeer beperkte mate aftrekbaar.
Het vergt de nodige inspanning om de gewijzigde wetgeving tekstueel te ontwaren. Laat staan om de fiscale gevolgen ervan te overzien. De oude bepaling van artikel 15, lid 1van de wet luidde: “een en ander voor zover de goederen en de diensten door de ondernemer worden gebezigd in het kader van zijn onderneming”. De gewijzigde wet vermeldt: “een en ander voor zover de goederen en diensten door de ondernemer worden gebruikt voor belaste handelingen”. In de Memorie van Toelichting wordt niet gesproken over de gevolgen voor de ondernemers die een gedoogde coffeeshop exploiteren, maar wordt uitsluitend gesproken over de “illegale levering van verdovende middelen”. Bij deze bewoording denkt vrijwel niemand aan een coffeeshop. De verkoop van softdrugs vanuit een gedoogde coffeeshop wordt namelijk als gevolg van het in de Staatscourant gepubliceerde gedoogbeleid al vele jaren lang niet meer aangemerkt als een “illegale levering”. Hierdoor zijn veel coffeeshophouders en hun adviseurs nog steeds niet op de hoogte van de wetswijziging.
De belastingdienst in Amsterdam lijkt te erkennen dat de gewijzigde wettelijke bepaling specialistisch inzicht vergt. De coffeeshophouders zijn daar middels een brief in kennis gesteld van de wetswijziging. Zij krijgen de gelegenheid om de ingediende BTW aangiften waarbij nog geen rekening is gehouden met de gevolgen van de wetswijziging vrijwillig te herstellen. Hierdoor blijft hun een boete van minimaal 10% van de verschuldigde belasting bespaart. Buiten Amsterdam worden coffeeshophouders niet geïnformeerd, maar gecontroleerd. Deze andere aanpak leidt tot boeteoplegging. Coffeeshophouders doen er goed aan de wetswijziging onder ogen te zien en indien daar aanleiding toe bestaat hun ingediende BTW aangiften vrijwillig te verbeteren. Zo blijft hun een boete bespaart.

Bezoek ons

Paardestraat 29
6131 HA Sittard
Limburg - Nederland

Contact opnemen

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Tel: +31 (0)46 760 0030
Fax: +31 (0)46 760 0039

Openingstijden

Ma – Vr 09.00 – 17.00 uur
Zaterdag en zondag gesloten
Alle rechten voorbehouden © 2018, Beckers & Bergmans Advocaten
Website beheer en onderhoud LinQxx - Beter online gevonden worden