Column

Titel: De coffeeshop als fiscale vrijstaat

Geschreven door: André Beckers

In de zomer van 2004 werd in de media veel aandacht besteed aan de wijze waarop de belastingdienst en andere overheidsinstanties omgaat met zogenoemde “vrijplaatsen”. Op woonwagencentrum de Vinkenslag te Maastricht bleek door de belastingdienst een afwijkend heffingstarief te zijn toegepast en dat kon volgens de politiek niet door de beugel. Het kabinet reageerde met de inmiddels bekende daadkracht. Er werd snel een plan opgesteld waarmee een einde moest worden gemaakt aan de bijzondere behandeling van vrijplaatsen. Ik citeer het kabinet: “het gedogen van vrijplaatsen is niet meer van deze tijd. Dit kabinet wil meer in het algemeen een einde maken aan gedogen”. Vooral dat laatste deel van voorgaande zin klinkt voor coffeeshops onheilspellend. Bestaat daar reden toe?
Volgens de belastingdienst kenmerken vrijplaatsen zich door:
  • het stelselmatig weigeren om een administratie te voeren;
  • door gebruik van intimidatie en geweld;
  • door het buiten het zicht van de fiscus houden van activiteiten en verhaalsobjecten.
Omdat in de praktijk bleek dat de belastingdienst bij de aanpak van vrijplaatsen niet altijd kon rekenen op de steun van de politie heeft dit op die plaatsen geleid tot een zekere terughoudendheid bij het heffen en innen van belastingen. Betere samenwerking met onder andere politie en justitie en een duidelijke en consequente aanpak moest hierin verandering brengen. Ondanks het feit dat de toenmalige Staatssecretaris Wijn erkende dat “bij coffeeshops sprake is van regulier heffings – en invorderingsbeleid” is de coffeeshopbranche in verband gebracht met de hiervoor genoemde terughoudendheid. Daardoor is ook de coffeeshop in de ogen van de belastingdienst aan te merken als een soort vrijplaats. Met een werkinstructie en draaiboek op zak zijn de ambtenaren van de belastingdienst op pad gestuurd om orde op zaken te stellen bij coffeeshops. Door het hele land worden coffeeshops door de belastingdienst bezocht en wordt informatie verstrekt over de eisen die worden gesteld aan de administratie. Vaker worden in dit kader aan coffeeshophouders lijsten ter beschikking gesteld waarop per soort en gewicht gespecificeerd wordt aangegeven met hoeveel beginvoorraad cannabis de werkdag in de shop begint, hoeveel en wat er is bijgevuld en wat er aan het einde van de dag daarvan overbleef. Door per soort en per gram de prijzen te vermelden, kan aan de hand van deze lijsten op dagniveau worden berekend wat er aan cannabis uitgedrukt in grammen en geld is verkocht. Indien niet voorverpakt wordt verkocht, kan aan de hand van deze lijsten per dag ook het weeg-, snij- en gewichtsverlies worden vastgesteld. Veel coffeeshophouders voelen weerstand bij het gebruik van dergelijke lijsten, omdat zij hiermee exact vastleggen hoeveel cannabis er per dag wordt verkocht en dus ook bijgevuld. Als we de uitspraken van de belastingrechters voor de coffeeshop heel beknopt op een rij zetten, kan daaruit worden afgeleid dat:
  • de coffeeshophouder een controleerbare kasadministratie dient te voeren;
  • zowel de verkopen van cannabis als de inkopen daarvan (gespecificeerd naar soort en gewicht) moeten worden geboekt;
  • de coffeeshophouder die in zijn coffeeshop omzetstaten en/of andere lijsten gebruikt deze als onderdeel van zijn administratie moet bewaren;
  • de coffeeshophouder niet kan beschikken over inkoopfacturen van de cannabis.
Het niet voldoen aan de wettelijke administratieve eisen kan leiden tot omkering van de bewijslast. Dat is in de praktijk een ramp, omdat je dan als coffeeshophouder moet bewijzen dat en in hoeverre een aanslag onjuist is opgelegd. Dat is onmogelijk, zodat de coffeeshophouder er groot belang bij heeft om de administratieve eisen na te leven om zo zijn administratie overeind te houden. In de praktijk blijkt dat belastingambtenaren vaak ten aanzien van de administratie in het verleden afwijkende eisen hebben gesteld. Helaas wil de belastingdienst dit soort afspraken vaak liever vergeten. Van coffeeshophouders wordt dan achteraf een inzicht verlangd dat de belastingambtenaren zelf destijds ook niet hadden. Als afwijkende afspraken kunnen worden aangetoond, kan het vertrouwensbeginsel uitkomst bieden. Het veranderen van eisen mag, maar niet met terugwerkende kracht. De fiscale geheimhoudingsplicht geldt praktisch niet meer voor coffeeshophouders. Voor de aanpak van vrijplaatsen zijn belastingdienst, politie, justitie en gemeente “convenantpartners” geworden. De informatie die de coffeeshophouder in goed vertrouwen aan de belastingdienst verstrekt, komt dus snel en probleemloos op tafel te liggen bij anderen. Daarvan dient de coffeeshophouder zich in zijn of haar contacten met de belastingdienst terdege bewust te zijn. De tijd dat je met belastingambtenaren open kon praten ligt helaas achter ons!

Bezoek ons

Paardestraat 29
6131 HA Sittard
Limburg - Nederland

Contact opnemen

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Tel: +31 (0)46 760 0030
Fax: +31 (0)46 760 0039

Openingstijden

Ma – Vr 09.00 – 17.00 uur
Zaterdag en zondag gesloten
Alle rechten voorbehouden © 2018, Beckers & Bergmans Advocaten
Website beheer en onderhoud LinQxx - Beter online gevonden worden